Carins en Gemeente: waarom zijn de wachttijden zo lang?

Carins, is de organisatie waarvoor burgers terecht kunnen met vragen over opvoeden en opgroeien, zorg, wonen en welzijn, inkomensvragen en schuldproblematiek en meedoen en jezelf kunnen redden in de maatschappij. Lang wachten op zorg is de oorzaak van het toenemen van de zorgvraag. De problemen nemen toe tijdens de wachttijd en dus neemt de tijd voor herstel en intensiteit van de benodigde hulp toe door het lange wachten. Wij spraken enkele medewerkers van Carins om enig inzicht te krijgen in wat er speelt.

De vraag is, waarom de wachttijden zo lang zijn?

Om de oorzaken te benoemen moeten we eerst kijken hoe het traject van intake tot en met het verstrekken van de indicatie om de zorg te mogen krijgen verloopt.

Als een zorgvrager zorg wil hebben van de overheid (Jeugdzorg of zorg in het kader van de WMO of Participatiewet), gaat hij naar Carins. Deze organisatie beoordeelt samen met de cliënt welke zorg nodig is en geeft dit als advies door aan de gemeente. Bij het opstellen van dit advies wordt informatie ingewonnen bij de aanvrager zelf maar ook bij betrokken hulpverleners.

De eerste oorzaak voor het ontstaan van wachttijden vinden we bij het opstellen van adviezen. Zowel de invoering van de AVG (Algemene verordening gegevensbescherming) als de persoonlijke beroepsaansprakelijkheid leidt soms tot grote voorzichtigheid in het opstellen van adviezen, waarbij ook de druk van financiële beperkingen doorwerkt in de snelheid waarmee adviezen tot stand komen.

De tweede oorzaak heeft te maken met hoe nu de bevoegdheden zijn verdeeld tussen Carins en de gemeente. Het is de gemeente die formeel de indicatie toewijst. In de praktijk is voorgekomen dat ambtenaren van de gemeente een advies terugstuurden, wanneer zij van mening waren dat een geboden zorgoplossing te duur is of wanneer zij vonden dat varianten niet zijn bekeken. Dit zorgt voor lange wachttijden, maar ook volgens ingewijden tot het soms inzetten van onverantwoorde zorg. Burgers hebben, zo horen wij het idee, dat vooral financiële afwegingen de doorslag geven bij de toekenning van zorg en niet altijd de belangen van de zorgvrager.

Overigens wordt de verdeling van bevoegdheden in andere gemeentes op een andere manier georganiseerd.

“In de praktijk is voorgekomen dat ambtenaren van de gemeente een advies terugstuurden, wanneer zij van mening waren dat een geboden zorgoplossing te duur is of wanneer zij vonden dat varianten niet zijn bekeken.”

In de gemeente Utrecht wordt bijvoorbeeld het budget voor de financiering vanuit de Jeugdwet en de WMO geheel neergelegd bij overheids BV’s, waarbij deze vrij zijn de gelden te besteden binnen door de gemeente aangegeven visie en kaders. Uit wetenschappelijke rapportages blijkt tot nu toe dat men de budgetten beheersbaar houdt en ook burgers zijn tevreden.

In de gemeente Heerenveen is er geen overheids-BV, waardoor deze bevoegdheden-verdeling en de daaruit voortkomende problemen niet voorkomen. Heerenveen werkt met Meitinkers voor de WMO die korte lijntjes heeft met Jeugdzorg en Werk en Inkomen. Burgers zijn ook daar zeer tevreden over deze opzet.

In de Jeugdwet, Participatiewet en WMO is geregeld dat mensen recht hebben op goede zorg en natuurlijk moet daarbij gekeken worden naar financieel de slimste oplossing. De gemeente is daarvoor uiteindelijk verantwoordelijk. Dus uiteraard moet Carins kijken naar financieel goede alternatieven, maar de inhoud: goede zorg leveren staat voorop. De afgelopen tijd is daar het een en ander misgegaan. Tussen gemeente en Carins is daar overleg over.

Een derde oorzaak is dat er bij de start van Carins nooit een goede berekening gemaakt van de capaciteit die nodig is (het aantal medewerkers) om de vragen van cliënten te kunnen afhandelen. Volgens Carins is er een structureel tekort aan menscapaciteit waardoor de wachttijden steeds verder oplopen.

Ten vierde spelen ook nog andere zaken mee, zoals het feit dat lange tijd onduidelijkheden bij medewerkers van Carins en gemeente zijn over wat hun taken nu eigenlijk precies zijn. Medewerkers vullen het naar eigen inzicht in. Een aantal medewerkers voert zelf een begeleidende rol uit, terwijl anderen van mening zijn dat dit geen zaken zijn die men zelf zou moeten willen doen, maar dat uitbesteding aan zorgprofessionals een betere optie is.

Het ontwikkelen van een goede gezamenlijke integrale aanpak is nog onvoldoende van de grond gekomen. Het principe van één gezin één plan één regisseur, daar zijn we nog (lang) niet. Van belang zou ook zijn dat meer preventief wordt gewerkt, dat medewerkers gebiedsgericht dichtbij voor inwoners toegankelijk doelgericht worden benaderd om afgestemd op de doelgroep te werken aan een betere gezondheid.

Wij, als Burgerplatform, houden scherp in de gaten of de ervaringen van onze inwoners ook verbeteren. Genoemde problemen en de verhalen die wij van inwoners horen geven ons het idee dat er nog een zeer lange weg te gaan is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *