Niet gehoord worden en te lang wachten

De wachttijden zijn vaak enorm lang voordat indicaties (WMO) worden afgegeven voor zorg die eigenlijk zo snel mogelijk moet worden geleverd. Maar ook horen wij dat onvoldoende geluisterd wordt naar burgers. Ook medewerkers die wij gesproken hebben bevestigen dit. Duidelijk is, dat de slechte gezondheidssituatie van degenen die hulp nodig hebben verder verslechterd door onvoldoende in beeld hebben van de problemen die burgers ondervinden in relatie met hun gezondheid en welzijn en te lange wachttijden op zorg die nodig is. Onderstaande verhalen van burgers gaan daarover. Zij zijn een samenvatting van gesprekken met burgers, familie, zorgverleners en enkele ingezonden brieven.

Met Koos, die in het Zuiden woont gaat het niet goed. Hij heeft ADD en PDD NOS, is daar in het verleden voor behandeld en leefde inmiddels in een redelijk stabiele situatie samen met een vriendin. Totdat deze relatie onder andere doordat ook zij psychische problemen had op de klippen liep. Voortzetten van het werk wordt moeilijk voor hem. Hij moet weer tot rust komen en zoekt zijn moeder op en besluit daar (tijdelijk) te gaan wonen tot hij weer werk kan gaan zoeken.

Dat betekent voor moeder ook weer een zware belasting om haar zoon in huis te hebben. Ze durft er met niemand over te praten, omdat ze dan gekort zou kunnen worden op haar uitkering, nu haar zoon weer thuis woont. Ook Koos heeft angst om hulp te vragen omdat de uitkering van zijn moeder dan in gevaar komt (en die van hem). Bij de uitkerende instantie, de gemeente en Carins verlopen de contacten zeer moeizaam. De consulenten horen zijn verhaal aan maar luisteren niet naar wat er wordt gezegd. Ze doen geen moeite de situatie te begrijpen.

Gelukkig krijgen zij de hulp en ondersteuning van een bevriende zorgverlener die bij alle gesprekken aanwezig is en zo ervoor zorgt dat ze niet met een kluitje in het riet worden weggestuurd. Maar moeder kent de vele verhalen van de mensen uit haar omgeving, die totaal gefrustreerd worden door de wijze waarop niet door de mensen van gemeente en Carins wordt geluisterd. Zoals moeder zegt “je bent alleen maar bezig de eindjes aan elkaar te knopen, maakt je enorme zorgen over brieven die binnenvallen van allerlei instanties, wat zou er nu weer instaan? En dan vraagt zo’n ambtenaar: wat is je doelstelling? Als je me dat vraagt ben je niet aangehaakt op welke problemen ik heb”

“je bent alleen maar bezig de eindjes aan elkaar te knopen, maakt je enorme zorgen over brieven die binnenvallen van allerlei instanties, wat zou er nu weer instaan? En dan vraagt zo’n ambtenaar: wat is je doelstelling? Als je me dat vraagt ben je niet aangehaakt op welke problemen ik heb”

Koos wordt via de huisarts doorverwezen naar een behandelaar bij de GGZ. Na een aantal behandelingen wordt door de GGZ aangegeven, dat enkele uren dagbesteding Koos zouden helpen om wat structuur in zijn leven te houden en de weg naar re-integratie zullen bespoedigen. De zorginstelling die de dagbesteding zou kunnen verzorgen gaat met Koos naar Carins om een indicatie te vragen voor deze dagbesteding. Na 8 weken wachten (!) is er – bij het schrijven van dit verhaal – nog steeds geen indicatie afgegeven en zit Koos nog steeds bij zijn moeder met niets omhanden. De psychisch kwetsbare Koos heeft van zijn uitkering inmiddels een apparatuur gekocht om te gamen en is inmiddels verslaafd geraakt.

De GGZ stop met de behandeling, omdat daar geen toegevoegde waarde meer is voor Koos. Koos heeft wel een gezonder ondersteunende structuur nodig die hij met dagbehandeling zou kunnen krijgen. Echter door zijn verslaving en het uitblijven van een oplossing gaat Koos ‘creatieve’ oplossingen zoeken voor zijn probleem. Hij gaat naast de schulden voor het gamen nog meer schulden maken door mensen € 250 te geven in ruil voor het krijgen van een woonruimte. De schulden lopen steeds verder op. De zorgvraag wordt, door het uitblijven van de indicatie, met de dag groter en daarmee ook de kosten voor de samenleving. Schulden nemen toe, er is steeds meer begeleiding nodig in de toekomst om hem weer een enigszins stabiel leven te bezorgen. Maar ook de druk op moeder is opgelopen; zij krijgt steeds meer vermoeidheidsklachten.

Een briefschrijver 1

“Zo mogelijk nog ernstiger is de situatie van mijn schoondochter en haar zoon. Het duurt dit jaar al 10 maanden wachten op de Beschikking voor toewijzing Zorgboerderij en Opvang Wille. Deze Instellingen krijgen/kregen dus ook niet betaald. Schandalige houding Gemeente. Volstrekt zonder enig gevoel of betrokkenheid. “Ligt op de stapel mevrouw”. Geen beweging in te krijgen.

Helaas mocht ik van haar mij er niet mee bemoeien!

Vorig jaar werd gezegd over mijn schoondochters verzoek om definitieve Beschikking:

“Ach mevrouw, uw zoon kan volgend jaar wel veel beter zijn”.

Een briefschrijver 2

“Want wij horen natuurlijk wel verhalen in familie- en vriendenkring: je inmiddels agressieve dementerende echtgenote opgenomen krijgen in een liefdevolle omgeving is geen sinecure! 

Of de bureaucratische procedures waarin je terecht komt als je hulpmiddelen of dagopvang nodig hebt… We kijken er niet naar uit en hopen het nooit nodig te hebben… En dat zou niet zo moeten wezen. Want hoe moeilijk kan het in ons goed georganiseerde landje zijn om dat soort zaken liefdevol, vlot en betaalbaar te regelen?

En daarvoor ben jij kennelijk weer aan het knokken. Wat fijn!! Want juist als een mens zich kwetsbaar voelt, is moeten knokken voor dingen, zaken waar je recht op hebt vreselijk.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *